
De EK-historie bij de vrouwen is aanmerkelijk korter dan die van de mannen. Waar de landenteams van de mannen al sinds 1926 om de Europese titel spelen, daar doen de vrouwen dat pas vanaf 1985. De eerste drie edities – respectievelijk in Oslo, Straatsburg en Bonn – haalde Oranje onbedreigd het goud op. Geen wonder, want Nederland behoorde tot de pioniers van het dameswaterpolo en had internationaal aanvankelijk alleen maar concurrentie te duchten van Canada, Australië en de Verenigde Staten.
In Europa maakte Nederland in de jaren ’80 optimaal gebruik van haar voorsprong op de concurrentie en in die fase kwam slechts Hongarije af en toe in de buurt van een overwinning. In 1991 waren de Hongaarsen voor het eerst te sterk voor Nederland, op het EK in Athene. Nederland herstelde zich twee jaar later in het Engelse Leeds (winst in de finale tegen Rusland), maar dat was ook gelijk de laatste keer dat de Europese titel werd gewonnen. Met name door het verkrijgen van de Olympische status (in 2000) was de ontwikkeling van het vrouwenwaterpolo in andere Europese landen niet meer te stuiten en kreeg Nederland met serieuze weerstand te maken.
Naast Hongarije meldden ook Italië en Rusland zich nadrukkelijk aan het front. Na drie keer brons op rij, wonnen de Russinnen de laatste drie EK’s in Belgrado (2006), Malaga (2008) en Zagreb (2010). Op het EK in Zagreb stond ook Nederland weer eens op het podium. De laatste EK-medaille dateerde voor Oranje alweer van elf jaar eerder. De Nederlandse vrouwen gingen toen in 1999 in de finale in het Italiaanse Prato – na verlenging – onderuit tegen het gastland. Daarna bleef Nederland vier keer achtereen met lege handen staan, alvorens de Olympisch kampioen in 2010 de bronzen plak voor zich opeiste.
Naast Nederland en Italië (beiden vier keer goud), Rusland (drie EK-titels) en Hongarije (twee keer goud), zijn inmiddels ook Griekenland en Spanje doorgedrongen tot de Europese top. Normaliter gaan deze zes landen ook met elkaar de medailles in Eindhoven verdelen en later strijden om de ‘Europese’ Olympische tickets voor Londen 2012. Duitsland, Frankrijk, en Groot-Brittannië behoren tot de subtop, maar vormen (nog) geen bedreiging voor de top-zes. Nadat vrouwenwaterpolo in 2000 voor het eerst op de Olympische Spelen werd beoefend, was de verwachting dat ook de traditioneel sterke mannenlanden uit voormalig Joegoslavië zich vrij snel aan het front zouden melden bij de vrouwen. Servië en Kroatië spelen echter nog altijd een rol in de marge en moeten keer op keer ruime nederlagen incasseren.
Medailleklassement EK vrouwen
|
Jaar |
Gastland |
Goud |
Zilver |
Brons |
|
1985 |
Noorwegen |
Nederland |
Hongarije |
West-Duitsland |
|
1987 |
Frankrijk |
Nederland |
Hongarije |
Frankrijk |
|
1989 |
Duitsland |
Nederland |
Hongarije |
Frankrijk |
|
1991 |
Griekenland |
Hongarije |
Nederland |
Italie |
|
1993 |
Groot-Brittannie |
Nederland |
Rusland |
Hongarije |
|
1995 |
Oostenrijk |
Italie |
Hongarije |
Nederland |
|
1997 |
Spanje |
Italie |
Rusland |
Nederland |
|
1999 |
Italie |
Italie |
Nederland |
Rusland |
|
2001 |
Hongarije |
Hongarije |
Italie |
Rusland |
|
2003 |
Slovenie |
Italie |
Hongarije |
Rusland |
|
2006 |
Servie |
Rusland |
Italie |
Hongarije |
|
2008 |
Spanje |
Rusland |
Spanje |
Hongarije |
|
2010 |
Kroatie |
Rusland |
Grienkenland |
Nederland |
|
2012 |
Nederland |









